De DGA en zijn BV: geknipt en geschoren

De directeur-grootaandeelhouder en zijn BV moeten bij hun onderlinge transacties zakelijk handelen. Als de BV uitgaven doet met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming, kan zij die als kosten boeken. Uitgaven die primair het persoonlijke belang van de DGA dienen, moeten door de DGA in privé worden gedragen. Als de BV die uitgaven voor haar rekening neemt, is dat voor de DGA een ‘vrucht op zijn aandelen’, ofwel een uitdeling van winst. Dat betekent geen kostenaftrek in de BV, en wél in privé belast bij de DGA. De DGA kan die dubbele belastingheffing niet voorkomen door de privé-uitgaven alsnog terug te betalen aan zijn BV, zo heeft de belastingrechter onlangs beslist.

Izzy van Gisteren was directeur-grootaandeelhouder van BV X. Die BV exploiteerde onroerende zaken en belegde in effecten en leningen. De BV voerde in haar aangiften hoge bedragen op voor reis-, verblijf- en representatiekosten, te weten € 144.048 in 2005, € 187.968 in 2006 en € 152.584 in 2007. Deze omvangrijke kosten in relatie tot de bedrijfsactiviteiten van de BV waren voor de inspecteur reden om een boekenonderzoek in te stellen. Daaruit bleek dat een groot deel van de kosten niet deugdelijk onderbouwd kon worden: er waren facturen kwijt, en van de uitgaven die wél gedocumenteerd waren was vaak niet duidelijk met welk zakelijk doel ze waren gedaan. De inspecteur corrigeerde de aftrekposten met € 125.000 in 2005, € 150.000 in 2006 en € 130.000 in 2007. Hij verhoogde de winst van de BV met die bedragen, en rekende die ook tot het inkomen van de DGA, als uitdeling van winst. Dat leidde tot navorderingsaanslagen vennootschaps- en inkomstenbelasting.

BV X verzette zich tegen de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting bij Rechtbank Zeeland / West-Brabant. Zonder succes. De rechtbank was met de inspecteur van mening dat BV X de zakelijkheid van de reis-, verblijf- en representatiekosten – tot de gecorrigeerde bedragen – niet aannemelijk had gemaakt. De uitgaven waren niet dan wel onvoldoende onderbouwd met verifieerbare gegevens. BV X had restaurantnota’s overlegd, maar daarbij niet aangegeven met welke zakelijke relaties en met welk zakelijk doel gedineerd was. Ook facturen van reisbureaus en vliegmaatschappijen stonden vol met globale omschrijvingen als ‘voor u geboekte arrangementen’ of ‘vliegkosten’ zonder dat duidelijk was voor welke zakelijke reizen de tickets bedoeld waren. De rechtbank overwoog daarbij nadrukkelijk dat uit een derdenonderzoek bij het reisbureau was gebleken dat – in ieder geval in 2006 en 2008 – meerdere privéreizen van de DGA door BV X als zakelijke kosten waren geboekt. Belanghebbende deed nog een beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de controlerend ambtenaar bij een eerder boekenonderzoek in 2004 akkoord was gegaan met de systematiek van de kostenverantwoording. De rechtbank wees dat beroep af: in het rapport van dat boekenonderzoek was duidelijk vermeld dat de controleur met de DGA had afgesproken "dat de kosten in de toekomst beter gedocumenteerd zullen worden, met name wat betreft het zakelijke karakter van buitenlandse vliegreizen en het dineren met relaties". Belanghebbende was die afspraak niet nagekomen. De rechtbank besliste dat de BV de betwiste uitgaven had gedaan om de persoonlijke behoeften van de DGA te bevredigen; die uitgaven konden niet als bedrijfskosten worden aangemerkt omdat het zakelijk karakter ontbrak.

DGA Van Gisteren procedeerde tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting.
De inspecteur had de in de BV gecorrigeerde reis-, verblijf- en representatiekosten volledig als uitdeling van winst aangemerkt, en dat was volgens Van Gisteren niet terecht. Hij had een deel van de betwiste kosten – de kosten van verbouwing van zijn kantoor aan huis, een zeilboot, een feest en fitnessapparatuur – aan de BV terugbetaald en daardoor was de uitdeling van winst zijns inziens ongedaan gemaakt.
De rechtbank was het daar niet mee eens. De inspecteur had overtuigend aangetoond dat belanghebbende als directeur van de BV onzakelijk had gehandeld door privé uitgaven als bedrijfskosten te boeken. Belanghebbende was zich daarvan als directeur-grootaandeelhouder van de BV bewust geweest: de uitgaven waren terecht als uitdeling van winst aangemerkt. Door de terugbetaling aan de BV werd dat niet anders: het karakter van een uitdeling van winst bleef in stand omdat er ten tijde van die uitdeling (in 2005) op belanghebbende geen (terug)betalingsverplichting rustte op grond van de wet of uit hoofde van een overeenkomst. De rechter bevestigde de navorderingsaanslag.

Commentaar
De rechter maakt wel erg korte metten met deze ondernemer. Maar die had het dan ook wel erg bont gemaakt. Zo moet het dus niet, dat is wel duidelijk.
De rechter concludeert terecht dat de DGA een uitdeling van winst niet ongedaan kan maken door de betwiste uitgaven simpelweg aan de BV terug te betalen. Dat lukt alleen maar als de DGA verplicht is tot terugbetaling én die verplichting al bestaat op het tijdstip waarop de uitdeling van winst plaatsvindt. Dat kan het beste geregeld worden met een glijclausule: zie ook BelastingBelangen, februari 2007: Glijclausule voorkomt uitglijder.
  

Bron & copyright: www.belastingbelangen.nl