Werkkostenregeling: uitstel tot 2015

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft de verplichte toepassing van de werkkostenregeling met één jaar uitgesteld tot 1 januari 2015. Daarmee krijgen werkgevers meer tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe regeling. De staatssecretaris wil de werkkostenregeling verbeteren en vereenvoudigen, om die aantrekkelijker te maken voor werkgevers in het midden- en kleinbedrijf. Hij heeft diverse mogelijkheden voor een eenvoudiger regeling uitgewerkt in de notitie ‘Aan het werk met de werkkostenregeling’.
De staatssecretaris gaat zijn ideeën voor een eenvoudiger werkkostenregeling peilen onder het bedrijfsleven én fiscale adviseurs – door middel van een internetconsultatie – om na te gaan ‘of er een breed draagvlak bestaat voor verdere verbetering en vereenvoudiging van de werkkostenregeling’.


De werkkostenregeling (WKR) is niet populair. Slechts 10 tot 15% van de werkgevers past de nieuwe regeling voor vrije vergoedingen en verstrekkingen in de loonsfeer toe. Met name de werkgevers in het midden- en kleinbedrijf blijven massaal opteren voor het oude systeem.
De werkkostenregeling roept veel weerstand op: zie ook BelastingBelangen, februari 2013: Werkkostenregeling: uitstel tot 2015/2016? Financiën is daaraan tegemoet gekomen en heeft de verplichte toepassing van de WKR met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2015.
Financiën wil de WKR ook aantrekkelijker maken, door die te vereenvoudigen en de bijbehorende administratieve lasten te verlichten. De staatssecretaris heeft de mogelijkheden daarvoor in kaart gebracht in de notitie ‘Aan het werk met de werkkostenregeling’.
Uitgangspunt bij die vereenvoudiging is het mogelijk vervangen van het ‘werkplekcriterium’ door het ‘noodzakelijkheidscriterium’. Onder de WKR kan een werkgever zijn werknemer diverse voorzieningen en verstrekkingen belastingvrij toekennen als de medewerker die op of bij zijn werkplek nodig heeft om daar te kunnen werken. Denk aan een computer, een laptop, een mobiele telefoon, kleine consumpties, parkeergelegenheid bij de werkplek, etc. Het noodzakelijkheidscriterium biedt meer ruimte voor belastingvrije voorzieningen en verstrekkingen: de werkgever mag dan alle zaken die zijn werknemer nodig heeft voor zijn werk belastingvrij vergoeden. Bij die optie is niet langer van belang of de werknemer die zaken ook privé kan gebruiken. En juist dat (mogelijk) privégebruik leidt onder de huidige regeling tot veel fiscale geschillen (zie voor een treffend voorbeeld BelastingBelangen, december 2012: Vrije verstrekking iPad: 90% zakelijk gebruik vereist). Onder het noodzakelijkheidscriterium is beslissend of de werkgever het noodzakelijk vindt dat zijn werknemer over die zaken kan beschikken voor de uitoefening van zijn werk. Het loonbegrip sluit dan meer aan bij hetgeen werkgevers en werknemers in de praktijk als loon beschouwen.
Als het noodzakelijkheidscriterium – een open norm – wordt ingevoerd, betekent dat een majeure wijziging van het loonbegrip. Dat criterium biedt veel vrijheid aan werkgever en werknemer, maar tegelijkertijd vervalt de zekerheid die gedetailleerd in de wet omschreven vrijstellingen bieden. De staatssecretaris wil een dergelijke wijziging dan ook alleen maar doorvoeren als daarvoor een breed maatschappelijk draagvlak bestaat. En dat moet blijken uit de consultatie onder werkgevers en de fiscale adviespraktijk.

Commentaar
Dat er een breed maatschappelijk draagvlak is voor een veel eenvoudiger werkkostenregeling is buiten kijf. De consultatie onder MKB-ondernemers en hun adviseurs zal dat zeker uitwijzen. Met u wachten wij in spanning af welke vereenvoudigingen in de WKR ons ten deel gaan vallen.

Bron & copyright: www.belastingbelangen.nl